Als GroenLinks niet zou bestaan, zouden we het vandaag oprichten.

Het zijn de woorden van een van de oprichters van GroenLinks.

Het zijn de woorden van Bram van Ojik,

mijn voorganger als fractievoorzitter.

En hij spreekt die met enige regelmaat uit.

Op 19 mei 1989 werd het akkoord gepresenteerd voor een nieuwe politieke formatie: GroenLinks.

Een groene partij met een links programma.

Opgericht om de vragen van de moderne tijd te beantwoorden

Hoe stoppen we klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit, toenemende schaarste aan grondstoffen?

Hoe zorgen we voor een gedeelde welvaart?

Hoe zorgen we voor veiligheid in een wereld waarin de Koude Oorlog op haar einde liep?

Groene politiek ontwikkelde zich als een nieuwe stroming naast de oude drie. De drie van de vorige eeuw.

De eeuw van de christendemocratie, de sociaaldemocratie en het liberalisme.

Groene politiek niet als een nieuwe dogmatisch ideologische stroming, maar als een set van idealen: democratie, respect voor natuur en milieu, sociale en internationale rechtvaardigheid.

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw was het idealisme uit de politiek verdwenen.

We kregen er managementpolitiek voor in de plaats.

De publieke dienstverlening werd steeds meer als een bedrijf georganiseerd.

Thatcher, Reagan en Lubbers maakten een programma van marktwerking en deregulering:

meer markt, minder regels, minder belastingen, meer vrijheid voor ondernemers.

‘Er bestaat niet zoiets als de samenleving’, zei Thatcher.

‘De overheid is niet de oplossing, maar het probleem’, zei Reagan.

Zo verdween het ‘wij’ uit het politieke debat, het denken in termen van een politieke gemeenschap.

Dit werd ingeruild voor de eigen verantwoordelijkheid van het CDA en het blije egoïsmeliberalisme van de VVD, voor ‘ikke-ikke’.

Zelfs de groene politiek, werd door hen vormgegeven via het dominante principe van de eigen verantwoordelijkheid:

‘Een beter milieu begint bij jezelf’.

Toen GroenLinks in de jaren negentig een CO2-heffing voorstelde om klimaatverandering aan te pakken noemde Hans van Mierlo dit zelfs

‘een schreeuw in de nacht’.

Reagan, Thatcher, Lubbers werden in de jaren negentig gevolgd door de sociaaldemocraten Clinton, Blair en Kok.

De sociaaldemocratie nam het economisch programma van rechts over.

Het tijdperk van afgeschudde ideologische veren.

Van een Europa van mark en munt.

Alles draaide om meer economie, meer handel en hogere economische groeicijfers.

‘Er is geen alternatief’, had Thatcher al gezegd aan het begin van de jaren tachtig.

De politici van de jaren negentig wilden dat maar al te graag bewijzen.

Zo gingen de grote oude ideologische stromingen op elkaar lijken.

Zo verdween het debat tussen verschillende maatschappijvisies.

En daarmee verdween de keuze voor kiezers.

Wie zag nog het verschil tussen sociaaldemocraten, christendemocraten en liberalen?

Er ontstond een groot, grijs en gezapig midden.

Keuzevrijheid op de markt, niet in de politiek.

Een saaie en zelfvoldane politiek die niet merkte dat de onvrede toenam, Onvrede over de ontwikkeling van de samenleving. Onvrede over de economie. Onvrede over de traditionele politieke partijen.

De kern van het dominante politieke programma van de afgelopen decennia is wat ik het economisme heb genoemd.

Minder regels, meer markt, minder overheid, lagere belastingen.

De onvrede over deze politiek is steeds zichtbaarder geworden.

Een belangrijke voedingsbodem voor de onvrede is de toenemende sociaaleconomische ongelijkheid.

Wereldwijd bezitten 42 mensen nu evenveel als de helft van de wereldbevolking.

In Nederland hebben mensen met de hoogste inkomens hun inkomen veel sneller zien stijgen dan de mensen met de laagste inkomens.

De vermogensongelijkheid is toegenomen en zeer hoog in ons land.

Vierhonderdduizend kinderen groeien op in armoede,

zo’n honderdvijftigduizend mensen zijn afhankelijk van de voedselbank.

Ondertussen stijgen de winsten van grote berdrijven,

blijven de lonen achter

en nemen de lasten voor mensen met lage en middeninkomens toe.

Niet de samenleving, maar de markt bepaalt de hoogte van de huren.

Niet de verpleegkundige, maar de formulieren bepalen hoeveel tijd er is voor een patiënt.

Het economisme heeft de macht,

het gevoel van zeggenschap over het eigen leven en de wereld,

bij mensen weggehaald.

Het ontneemt ons het geloof dat we zelf de toekomst bepalen

Het trekt - beetje bij beetje - de hoop uit de samenleving.

Ik heb een vriendin die door haar collega’s naar de huisarts gestuurd moet worden.

Doodsbang is ze dat de dokter haar zal doorverwijzen naar het ziekenhuis

Doodsbang dat ze dan haar eigen risico kwijt is

Ik hoorde het in september bij ‘De Kantine in Actie’ in de AfasLive van Esther van Schaik, kraamverzorgster in Brabant

Terwijl de tranen over haar wangen stroomden vertelde ze aan de zaal met 1500 mensen over de personeelstekorten en de werkdruk in de zorg

Ze was als kraamverzorger aanwezig geweest bij een gezin waar het kindje dood ter wereld kwam

Tijd om op adem te komen was er niet.

Na vier dagen moest ze weer aan het werk

Ze had een oproepcontract en was zeventien dagen achter elkaar niet vrij geweest.

Een week voor de bijeenkomst werd het teveel.

Ze was omgevallen.

Nu zat ze ziek thuis.

Ik zag het bij de man die ik een paar weken geleden sprak bij Tata Steel.

Eind vijftig. Brede schouders. Verweerd gezicht.

Trots is hij op het bedrijf. Zíjn bedrijf.

Sinds zijn 18e werkt hij in ploegendiensten bij de staalproducent.

Net zoals zijn vader voor hem. Net zoals zijn grootvader daarvoor.

Mooi werk is het. Loodzwaar werk.

De laatste tijd nemen de klachten toe, zegt hij.

Zijn lichaam is versleten.

Nog tien jaar tot zijn pensioen. Het gáát gewoon niet.

Er is een groep mensen voor wie de wereld aan de voeten ligt.

Maar er zijn ook ontzettend veel mensen in Nederland die heel weinig ademruimte hebben in hun leven.

Zo opgejaagd.

Zo gestressd.

Zo moe.

Constant bezig zijn om alle ballen in de lucht te houden.

Constant bezig zijn alle crisissen, klein en groot, in hun privé-leven te managen

Constant bezig het hoofd boven water te houden

De urgentie om te breken met het systeem van het economisme is groot.

Toch is het afschaffen van het economisme is niet alleen een ecologische en economische kwestie.

De strijd tegen het economisme is, wat mij betreft, op de eerste plaats een democratisch vraagstuk.

Wie is de baas in Nederland?

Wat voor maatschappij hebben we als de tucht van de markt ons leven bepaald?

Wat voor democratie zijn we als lobby van grote bedrijven onze politiek dicteert?

Zelf kunnen besluiten over je eigen toekomst.

Zelf je eigen lot bepalen.

Er zijn zoveel mensen in Nederland die zo ontzettend verlangen naar een sprankje hoop.

En tegen alle mensen die zich daarin herkennen zeg ik: jullie zijn niet alleen.

Jouw verhaal is mijn verhaal, leerde ik in de kantines.

Onze zorgen en onze dromen lijken zo ontzettend op elkaar.

Jouw verhaal is mijn verhaal… en samen kunnen we onze toekomst veranderen.

Het economisme is geen natuurkundige wetmatigheid.

Een ander economisch systeem is niet ondenkbaar.

Wat we zelf gebouwd hebben kunnen we zelf veranderen.

Er is een alternatief.

Er is een beweging die dag in dag uit, straat voor straat, huis voor huis. werkt aan verandering.

Die beweging: dat is GroenLinks.

De verandering, dat zijn wij.

Verlangen naar verandering

GroenLinks werd tegen de tijdgeest opgericht.

Mijn voorgangers, Paul en Femke, vochten tegen het economisme van Paars, tegen de maatschappelijke polarisatie van het rechts populisme.

Zij vochten tegen de tijdgeest, maar zoals Paul het altijd mooi zegt:

De wind is gedraaid. Dit keer hebben we wind mee!

Er ontwikkelt zich een steeds krachtiger onderstroom van mensen die verandering willen.

Een nieuwe meerderheid laat van zich horen.

Tienduizenden leraren die staken voor een beter salaris en minder werkdruk.

Tienduizenden scholieren die staken voor een eerlijk klimaatbeleid.

Tienduizenden mensen die daarvoor de kou en regen op de Dam trotseren.

Oud en jong voor een eerlijk pensioen.

Vrouwen die hun rechten, hun lijf en hun leven opeisen.

We hadden het heel lang niet gezien, het gebeurde allemaal dit voorjaar. Het voorjaar van verandering.

Onze idealen hebben voor het eerst in dertig jaar rugwind.

We zijn opgericht als een avant garde partij, nu is het onze opdracht om een brede volkspartij te zijn.

Om hoog en laag opgeleid

Stad en provincie

Mensen met en zonder migratie achtergrond

met elkaar te verbinden.

Dit is de tijd om onze idealen realiseren.

We hebben nog nooit zoveel leden gehad.

Op onze dertigste verjaardag zijn we de grens van dertigduizend leden gepasseerd.

We hebben nog nooit zoveel volksvertegenwoordigers gehad.

Geen partij heeft zoveel wethouders in de grootste acht steden van ons land als GroenLinks.

Zelfs de burgemeester van Amsterdam is nu een lid van GroenLinks.

We zijn inmiddels de grootste linkse en progressieve partij van Nederland.

We hebben nog nooit zo het publieke en politieke debat bepaald, belangrijke thema’s geagendeerd:

De dividendbelasting, de toenemende ongelijkheid – met dank aan Piketty;

De crisis in de publieke sector - met dank aan alle mensen die zich lieten horen in de kantinetoer;

De klimaatverandering - met dank aan alle klimaatstakers en demonstranten.

En het is niet alleen GroenLinks en niet alleen in Nederland.

We zien nieuwe linkse partijen in het zuiden van Europa, de groene golf in het noorden van Europa.

We zien zelfs een krachtig nieuw links geluid in de Verenigde Staten.

Er is nieuw idealisme ontstaan in heel veel westerse samenlevingen. Een nieuw idealisme dat de klassieke rol van sociaaldemocratische en klassiek socialistische partijen overneemt.

Nieuw idealisme, nieuwe hoop, nieuw verlangen naar linkse en groene politiek.

Een politiek die eerlijk delen nu en in de toekomst voorop stelt.

Die groen en sociaal combineert.

Een beweging van verandering.

Leegte op rechts tegenover het nieuwe links

We kunnen het niet aan de rechtse en middenpartijen overlaten om de trends van de afgelopen decennia te keren.

Voor die trends zijn zij zelf verantwoordelijk.

Rechts heeft geen idee over hoe we voor verbinding zorgen in de samenleving.

Rechts heeft geen idee dat we welvaart samen maken en dus ook samen moeten delen.

Rechts heeft geen idee van een eerlijke klimaatpolitiek

Rechts spreekt alleen over migratie, paaseitjes of zwarte piet.

Op rechts heerst is er een ondraaglijke leegte.

Rechts heeft een hang naar het oude, uitgewerkte recept van meer markt, lagere belastingen voor bedrijven en goedkopere publieke dienstverlening.

We zien dat het oude midden bang is voor uiterst rechts.

Dat het zich laat leiden door uiterst rechts, meebeweegt, bang om kiezers te verliezen.

Het is vooral een uitdrukking van hun leegte.

Het laat zien dat ze geen visie hebben op de toekomst.

De leegte van het midden speelt de uiterst rechts in de kaart.

Zo kan zij angst en verdeeldheid zaaien en hopen zij electoraal te oogsten.

De campagnevideo van de SP kreeg veel aandacht de laatste weken.

Maar er was vrijdag ook een video die Baudet verspreidde en waar ik wat over wil zeggen.

Misschien hebben jullie hem gezien.

Ik figureer er ook kort in.

Mijn foto met de tekst: ich habe es gewusst

Het opvangen van vluchtelingen wordt vergeleken met de holocaust

En er wordt gesuggereerd dat mensen van buiten Europa onze vrouwen zullen verkrachten en vermoorden

Nee, laat ik ergens anders beginnen

Ik sprak deze week een bouwvakker.

Hij herkende me.

Jij bent een goede gast, zei hij.

Iedereen mag jou wel.

Maar ik vind het wel erg dat rechtse politici zoveel haat over zich heen krijgen.

Daar heb jij geen last van, zei hij tegen me.

Ik vertelde dat, zeker online, FvDers er ook wel wat van kunnen en dat de sfeer online soms echt onprettig is.

Wat is Forum voor Democratie vroeg hij?

De partij van Baudet, zei ik

Oh ja, Baudet! Daar heb ik ook op gestemd, vertelde hij.

Ja, want die is rechts. En links is voor de buitenlanders en rechts voor de Nederlanders. Zo is het toch?

Nou wil ik heel duidelijk zijn:

Deze bouwvakker is geen racist

Er zijn heel veel mensen die Forum voor Democratie stemmen uit oprechte bezorgdheid met ons land

Heel veel mensen vertrouwen geen andere partij meer.

Mensen als deze bouwvakker horen bij ons.

Bij links. Ze zoeken hoop. Zekerheid.

Maar wie na het filmpje van vrijdag nog denkt dat het geflirt van Baudet met extreem-rechts puur toeval is, die is naïef.

Wie denkt dat Baudet ook maar iets heeft met het opkomen voor vrouwenrechten, die zit er naast.

En wie hoopt dat Baudet er is voor de belangen van de Nederlanders, ik voorspel je: die komt bedrogen uit.

Het verzet van Baudet tegen het MH17 onderzoek speelt maar één man in de kaart: Vladimir Poetin.

Het verzet van Baudet tegen klimaatbeleid dient maar één belang: die van de fossiele lobby. Shell, Gazprom. Saudi-Arabië.

De provocaties van Baudet over rassen hebben maar één doel: afleiden van zijn economische agenda.

Forum voor Democratie is de enige partij die stemde voor hogere bankiersbonussen.

Baudet is de enige politicus die heeft bepleit om de overheid 5% in te krimpen.

Onze zorg, het onderwijs, de AOW, 5% minder.

Ieder jaar opnieuw!

Ik weet niet waar zijn partijfinanciering vandaan komt.

Maar ik weet wel waar zijn ideeën vandaan komen.

Uit het gedachtegoed van de VVD.

maar dan nog rechtser.

Forum voor Democratie dient niet het belang van Nederlanders.

Forum voor Democratie dient net als de VVD het belang van het grote geld.

Linkse samenwerking

In dit gevecht met rechts is GroenLinks het alternatief.

Iedereen voelt het: we staan op een keerpunt, we staan op het punt van doorbreken.

Een volgende regering zonder GroenLinks is haast ondenkbaar.

De vraag is niet of we in de volgende regering mee gaan doen,

maar hoe Groen en hoe Links we deze regering kunnen kleuren.

Toen ik aantrad als politiek leider in 2015 zei ik: ‘We gaan Nederland veranderen’.

Duidelijker dan met deze vier woorden valt onze ambitie niet te verwoorden.

Over linkse samenwerking moet je niet praten, dat moet je doen. Hoe meer je erover praat, hoe ingewikkelder het wordt.

De afgelopen twee jaar heb ik met Lodewijk en Lilian goed kunnen samenwerken.

De PvdA en de SP hebben zich in het verleden altijd tegen elkaar hadden afgezet.

Voor de SP was de PvdA nooit links genoeg.

Voor de PvdA was de SP nooit bereid serieus verantwoordelijkheid te nemen.

Misschien is samenwerking makkelijker nu GroenLinks de grootste is.

We trekken samen op bij heel veel onderwerpen.

We maken samen tegenbegrotingen, we dienen samen initiatiefwetten in.

Dat is nodig.

We mogen het debat niet aan rechts overlaten.

De schijngevechten tussen Rutte en Baudet hebben geen antwoorden voor de zorgen van mensen.

De beweging in ons land die verandering wil, snakt naar het nieuwe links geluid.

Wij als GroenLinks laten dat dag-in dag-uit, verkiezing na verkiezing horen.

Dit geluid verdient een sterk links-progressief politiek blok van GroenLinks, SP en PvdA.

Ik nodig D66 daar ook voor uit.

Linkse partijen moeten elkaar niet bevechten.

Daarom vond ik de campagnevideo van de SP ook onverstandig, onepast en onsmakelijk.

We moeten samen hard de strijd tegen rechts aan.

Na de Europese verkiezingen volgen snel de verkiezingen voor een nieuwe regering.

Ik wil dat GroenLinks de grootste wordt.

Maar wat ik vooral wil is het rechtse blok breken met een sterk links-progressief blok.

Dat moet het hart worden van het nieuwe kabinet.

Het kabinet-Den Uyl verdient het in Nederland eindelijk een opvolger te krijgen.

Spreiding van kennis, macht en inkomen.

Het zou een prachtig motto zijn voor een nieuw kabinet.

Keerpunt 21

Ik was zoals ik net ook vertelde onlangs bij Tata Steel.

Daar sprak ik uitgebreid met het actieve kader van FNV. Zij maken zich zorgen om de aanpak van klimaatverandering.

Dat was een mooi gesprek.

Er was niemand die twijfelt aan de noodzaak om maatregelen te nemen, om de omslag naar een duurzame economie te maken.

Maar wat gebeurt er met mijn baan?

Wat gebeurt er mijn inkomen?

We hebben er dertig jaar over gedaan om klimaat op agenda te krijgen. Dat is gelukt.

Als we over dertig jaar terugkijken, laten we zeggen in 2050, moeten we kunnen zeggen:

Het is gelukt, we hebben de klimaatverandering gestopt.

We hebben voor een keerpunt gezorgd.

Dat is de uitdaging.

Dat is waarom we groene maar ook linkse politiek nodig hebben.

Ik wil als we later terugkijken tegen de werknemers van Tata kunnen zeggen:

je was ongerust,

maar je bleef aan het werk,

je inkomen steeg,

we hebben het samen gedaan.

Als we in 2050, over dertig jaar, terugkijken.

Dan moeten we kunnen zeggen

In 2021, met een nieuw kabinet, dat was het keerpunt.

Keerpunt21.

Dan moeten we kunnen zeggen: het is gelukt.

We verstoken geen fossiele brandstoffen meer.

Er is geen woningnood meer.

De ongelijkheid is opgelost.

De verzorgingsstaat is weer opgebouwd en biedt zekerheid en kansen aan iedereen.

Dan is er een publieke sector die van ons samen is en waar we trots op zijn.

Dan is er een Europese Unie die niet werkt voor grote bedrijven, maar recht doet aan de waarden die we allemaal delen: democratie, gelijkheid, rechtvaardigheid.

Is dat een radicaal links visioen.

Een utopie?

Nee – het kan.

Politiek gaat voor mij over hoop.

Hoop.

Wat is dat. Hoop?

Sommigen zeggen dat het een fata morgana is

een sailor’s dream

Een vage stip aan de horizon, die nooit dichterbij zal komen

Wat is hoop?

Voor mij is het dit:

Hoop is het geloof dat het goed kan komen.

Hoop is het idee dat we zelf onze toekomst vormgeven.

Hoop is het ideaal dat je als mens zelf je lot kan bepalen.

Het is de twinkeling in de ogen van een pasgeboren zoon.

Het is de ontmoeting met een verloren vader.

Het is de boodschap die ik thuis meekreeg toen ik van school hoorde dat VMBO voor mij het hoogst haalbare was.

‘Volg je hart jongen. Laat je nooit vertellen dat iets niet kan’.

Het was de belangrijkste levensles die mijn moeder aan mij meegegeven heeft.

Voor mij is hoop geen fata morgana.

Hoop is het besef dat wat we zelfgebouwd hebben, we ook zelf kunnen veranderen.

Voor mij is hoop de reden dat ik in politiek in ben gegaan.

De keerpunten

Er is een alternatief.

Er is een keerpunt mogelijk.

We hebben dertig rechtse jaren achter ons liggen.

De komende dertig jaar zal linkse politiek dominant zijn.

We gaan afscheid nemen van het rechtse economisme.

Daar gaan we samen voor zorgen.

Laat ik de belangrijkste keerpunten noemen, die als uitgangpunten voor onze politiek de komende dertig jaar.

Ons Keerpunt21.

Keerpunt 1: We zorgen voor een democratische doorbraak.

Niet de markt en lobby van multinationals, maar wij samen bepalen wat er gebeurt in Nederland.

De woningmarkt wordt weer volkshuisvesting. De overheid bepaald de hoogte van de huren.

De markt verdwijnt uit de zorg. Winstuitkeringen in de zorg verboden.

We geven de publieke sector terug aan de mensen die er werken. Door marktwerking en rendementsdenken zijn ze hun zeggenschap kwijtgeraakt.

Ons onderwijs, onze zorg, onze politie, onze sociale woningbouw, is van ons allemaal samen en niet van de markt, niet van commerciële bedrijven, niet van veel verdienende managers.

Niet concurrentie moet de leidraad zijn maar samenwerking.

Niet wantrouwen moet het organisatieprincipe zijn, maar vertrouwen.

Minder werkdruk en hogere salarissen voor onze agenten, leraren, verpleegkundigen.

Zodat zij gewaardeerd worden en hun werk met trots kunnen doen.

Want zij zorgen voor onze veiligheid, zij bereiden onze kinderen voor op hun toekomst, zij verzorgen onze zieken en ouderen.

Dit is cruciaal voor de gemeenschapszin en het vertrouwen in onze samenleving.

Keerpunt 2: We bouwen de verzorgingsstaat weer op.

Iedereen moet in vrijheid kunnen leven en verdient daarom gelijke kansen, bescherming bij tegenslag, en bestaanszekerheid.

Als we de arbeidsmarkt gaan aanpakken, moeten er veel meer mensen verzekerd worden tegen ziekte en arbeidsongeschikt, en niet minder.

Als we de arbeidsmarkt gaan aanpakken moeten er veel meer mensen de zekerheid krijgen van een vast contract, en niet minder.

Als we het pensioenstelsel gaan aanpakken, moeten er veel meer mensen verzekerd worden, en niet minder.

Als we het pensioenstelsel gaan aanpakken moet er veel meer zekerheid zijn over de waarde van het pensioen, en niet minder.

Als we het belastingstelsel gaan aanpakken moet de lastenverdeling tussen huishoudens en bedrijven eerlijker worden, en niet oneerlijker.

Als we het belastingstelsel gaan aanpakken moet de ongelijkheid tussen mensen met hoge en lage inkomen fors afnemen, niet toenemen.

De ongelijkheid in vermogen wordt aangepakt: we voeren een Pikettybelasting in.

Geld verdien je door te werken, niet door je bezit te vermeerderen, door te rentenieren.

Keerpunt 3: We keren de klimaatveranderingen en redden de biodiversiteit

In 2050 is er een einde gekomen aan het gebruik van fossiele brandstoffen. Het evenwicht in de natuur is hersteld.

Dertig jaar geleden heette een effectieve aanpak van de klimaatverandering nog ‘een schreeuw in de nacht’.

Nu staan we op de drempel van het invoeren van een CO2-belasting voor grote bedrijven.

Onze klimaatwet legt de ambities vast.

Stap voor stap gaan we de komende dertig jaar het verbruik van kolen, olie en gas verder terugdringen.

We doen dat eerlijk en sociaal.

En voorspelbaar…

Grote bedrijven en mensen met veel geld dragen de lasten, wie niet kan betalen wordt gesteund en ontzien.

Van dat principe zullen we nooit afwijken.

Een miljoen soorten dieren en planten dreigen het komende decennium te verdwijnen.

Lang niet alleen door klimaatverandering trouwens.

Er komt een einde aan het gebruik van gif in de landbouw.

Plastic wordt gerecyld

De bioindustrie wordt gestopt.

Zo redden we onze natuur.

Slot

Tot slot

Als GroenLinks niet zou bestaan, zouden we het vandaag oprichten.

Omdat Groen en Links bij elkaar horen.

Groen kan niet zonder links, zonder een visie op een solidaire samenleving, op eerlijk delen van inkomen, vermogen en kansen.

En de toekomst kan niet zonder groen,

Zonder het tegenhouden van de opwarming van de aarde komt de toekomst van onze kinderen op het spel te staan.

Daarom hoop ik dat als we over dertig opnieuw een feestje vieren dat is met deze conclusie:

Het is gelukt: rond 2021 hebben we voor een keerpunt gezorgd.