apb

Voorzitter, dit voorjaar ben ik voor de derde keer vader geworden. Dit voorjaar en zeker deze zomer wilde ik meer tijd bij mijn kinderen zijn, gewoon van elkaar genieten. ik deed dat voor mijn kinderen maar het heeft mij veel meer gebracht. Kinderen willen graag altijd hetzelfde filmpje kijken, als je met ze stoeit is er maar een antwoord voor. want wij doen dingen op een bepaalde manier: repetitie. dingen hetzelfde blijven doen, je weet dat je ze nieuwe dingen moeten leren. zijn wij niet allemaal kinderen om te blijven hangen in alles wat we kennen?Het was deze zomer dat ik met mijn oudste zoon een stukje fietsen en mijn oudste zei: jij bent toch Jesse Klaver? Ja, maar ik ben allereerst jouw papa. Maar je bent ook Jesse Klaver?

Mijn oudste zoon komt op de leeftijd dat hij steeds vaker wordt aangesproken op zijn bekende vader. Ik hoop dat hij het onderscheid kan maken tussen wie zijn vader is en de fractievoorzitter van GroenLinks. Het liet me ook zien dat je als fractievoorzitter een merk bent een imago: iets dat beheerst moet worden en beheerd. Voordat je het weet ga je je gedragen hoe andere mensen denken dat jij bent. Deze zomer nam ik voor mezelf een besluit: ik stap uit die mal. Anders kom ik en komen wij als politiek niet verder. Ik moet constateren dat we behoorlijk bezig zijn met scorebord-politiek, de eerste willen zijn, het debat willen winnen. De vraag die uitstaat voor deze algemene beschouwingen is: wie gaat het goed doen?

Dit kabinet heeft cijfers gehad van de krant: het is een zesjeskabinet met de kans op verbetering. We zijn te vaak bezig met de winnaar van het debat in plaats van welke problemen er zijn opgelost. We vangen elkaar vliegen af.Het ging afgelopen week over het investeringsfonds: de coalitie wil nu dat Wiebes op zijn kop krijgt omdat hij teveel over dat fonds naar zich toe trekt. En ik snap die reactie. Dat je iets wilt claimen, dat heb ik ook vaak gehad. Dat moet het debat echter niet zijn: want waar het fonds eigenlijk over? Want hoe zorgen we dat we onze toekomst vormgeven?

Kijk naar de dividendbelasting ik ben ontzettend blij dat onze oppositie ertoe heeft geleid dat deze niet is doorgegaan maar de kranten kopten: het favoriete speeltje van de oppositie weg. De eerlijkheid gebiedt te zeggen: soms voelde dat ook zo. Ik voelde tot in het diepst van mijn ziel dat dit een verkeerd idee was en was blij dat het van tafel was. Maar om dan te denken: ‘wat is het volgende punt waarop je het kabinet kan aanvallen?’ Dat is niet de manier om politiek te bedrijven. Je bent ergens voor of je bent ergens tegen, maar zoeken waar zit nou de zwakke plek: dat is niet de manier waarop we het land verder krijgen.

Die scorebordpolitiek zien we ook in de manier waarop wij zelf als parlement werken. Er staan meer dan tweehonderd debatten open. Als wij nu een debat aanvragen zijn we over twee jaar aan de beurt om dat debat te voeren. Alsof het dan nog actueel is?

En ik snap hoe het werkt, ik doe het zelf ook. Als je eenmaal een debat heb aangevraagd en er was een meerderheid voor, dan laat je het ook staan want: voor hetzelfde geldt komt het onderwerp een keer voorbij dan is iemand anders eerder met het aanvragen, oftewel: wie kan de eerste spreker zijn?

Dat is wat ons enorm drijft en ik denk dat er niemand is buiten deze kamer die dat iets interesseert wie de eerste spreker is bij een debat. En ook al die debatten als je er kritisch naar kijkt: dan moeten we dat anders doen. Wij hadden 30 debatten en we keken naar welke zaken er echt gevoerd moeten worden hier in de plenaire zaal. Wat zijn zaken die in AO’s besproken moeten worden? We zijn tot de conclusie gekomen dat we ⅔ van die debatten terug kunnen trekken. Dat is onze bijdrage aan die enorme lijst van debatten die wij met elkaar voeren of dat ergens toe leidt. Dat we vaker met elkaar hoofdlijn debatten kunnen voeren. Er staan nu debatten op de lijst die zijn aangevraagd over onderwerpen waarvan ik me afvraag: moeten wij ons daarmee bezig houden? Terwijl die grote thema’s van onze tijd wachten op hoofdlijn debatten. Maar ook met het kabinet voordat de standpunten zijn ingenomen. Als het kabinet een standpunt ingenomen heeft dan is de coalitie daar aan gebonden. Een coalitiepartij niet meer gaat luisteren naar goede ideeën die uit een oppositie komen. Er is net een uitonderhandeld en daar moet je wel blijven. En er komen een paar uitdagingen uit die zo groot zijn dat we daar ook met elkaar kunnen spreken: het vondst. We weten nog niet hoe we dat moeten vormgeven, maar het is van het grootste belang dat daar een open debat over komt en dat we alle ideeën nodig hebben. Van de linkerzijde van de kamer tot de rechterzijde van de kamer.

Er zijn ook onderwerpen waarvan ik zou zeggen: hier moeten we het deze week al over eens kunnen worden. Ik sprak over de jeugdzorg, mijn collega Lisa Westerveld is een vechtjas voor de jeugdzorg. Zij heeft met al die kinderenen en die ouders voortdurend contact die in de problemen zitten. Die maanden op een wachtlijst staan, ouders die naast hun kind waken als ze naar bed gaan omdat ze bang zijn dat anders die kinderen de volgende ochtend niet halen. Wij moeten in staat zijn hier om te zeggen: ga niet de hele decentralisatie van de jeugdzorg terugdraaien, maar wij gaan wel zien dat er een gat valt, er is iets nodig bovenop wat de gemeenten gebeurt. We moeten ervoor zorgen dat er expertise centra komen waar deze kinderen direct terecht kunnen. zodat we ze helpen, hiermee zijn niet alle problemen in de jeugdzorg opgelost. Maar, als we als land niet eens in slagen om voor deze groep meest kwetsbare kinderen te doen wat nodig is kunnen wij met zijn allen wel naar huis. En datzelfde geldt voor de zedenmisdrijven, mijn collega Kathalijne Buitenweg is hier al heel lang mee bezig. Als er volgens mij een reden is waarom zij in de politiek zit is het wel vanwege de rechten van vrouw. En als je dan hoort dat slachtoffers van zedenmisdrijf maanden tot een jaar moeten wachten tot ze gehoord worden. Of dat de daders of vermoedelijke daders worden gehoord dan is dat niet acceptabel. Dat is niet alleen een probleem voor de slachtoffers en voor de de hele verwerking van het trauma, maar ook voor ons rechtvaardigheidsgevoel als samenleving. Ik vind het prima dat ik een jaar moet wachten totdat ik iets hoor over mijn gestolen fiets maar niet over zo een zaak waar de integriteit van het lichaam wordt geschonden.

En het lerarentekort: de heer Dijkhoff had even een interruptie debat met de heer Asscher, wat is nou nodig, kunnen we die salarissen wel verhogen zijn er niet andere middelen? De OECD heeft onlangs nog laten zien dat het wel degelijk een relatie is tussen de hoogte van salarissen in het onderwijs in vergelijking met de marktsector. En eigenlijk op alle niveaus doen we het Europese gemiddelde. Behalve in het basisonderwijs, daar is het verschil 30%. Met wat mensen op een andere plek kunnen verdienen, en dat verschil is te groot. We zeggen niet maak dat 0 het enige wat we zeggen is breng het ongeveer naar 15%. En het erge is we weten allemaal dat het nodig is. Het gaat ook gebeuren, we weten allemaal dat het nodig is om het verschil, tussen het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs en die salarissen om het op te lossen. En mijn vraag is: waarom doen we het niet?! Wie in de coalitie heeft gezegd tijdens de onderhandelingen in augustus; dit is een super slecht idee dit gaan we niet doen. We weten dat we dit moeten doen, vroeg of laat. We hebben de tijd niet meer om te wachten, klassen met 60 kinderen. Straks hebben we een griepgolf in oktober en dan buitelen we hier over elkaar heen wie de eerste is om een debat aan te vragen over de toestand van het onderwijs. We stonden erbij en we keken ernaar en we kunnen het oplossen. Deze begroting en ik vind dat we dat moeten doen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding met een aantal gerichte vragen aan de minister president. Graag zou ik zijn reflectie horen op scorebordpolitiek en zijn eigen rol daarin. Is de minister president het met me eens dat we breder moeten kijken naar dit investeringfonds. Dat het niet alleen gaat over het verdienvermogen, maar juist ook de kansen voor maatschappelijk rendement. is de minister president bereid om toe te zeggen dat geen geitenpaadjes worden gezocht in stikstofproblematiek, dat geen natuurgebieden gesloten gaan worden. En dat we onze natuur blijven beschermen en is hij bereid extra stappen te zetten om het lerarentekort op te lossen en in ieder geval de vraag te beantwoorden: wie vond dit een slecht idee om de salarissen van het BO en het VO op hetzelfde niveau te brengen. En is er ruimte voor gespecialiseerde jeugdzorg klinieken. En tot slot: valt er te praten over extra middelen voor de zedenpolitie?