Nog uitpuffend van de metro- trein- en busreis en de twintig deadlines die ik die middag moest halen, zit ik in mijn eentje aan de bar van Wijkcentrum De Ringvaart, wanneer de eerste bezoekster naar binnenstapt: een vrouw met kort grijs haar, in een shirt met panterprint, met een eigenwijs rood brilletje. Ze lacht naar me en komt naast me zitten.

Ze is net zo moe als ik. Ze heet Ella, ze is 61 en ze heeft haar hele volwassen leven gewerkt in de verpleging. 'Sinds mijn zeventiende,' lacht ze, 'dus reken maar uit.' Vroeger op de intensive care, tegenwoordig in de thuiszorg. Als klein meisje wilde ze al verpleegster worden.

'Ik kwam uit een eenvoudig milieu, mijn vader was postbode en toevallig was hij een man met een visie. Hij zei altijd: zorg dat je niet afhankelijk raakt van een man. Maar mijn leraar zei: 'Ga jij nou maar naar de huishoudschool, je mag allang blij zijn als je die af kunt maken.' Ik dacht: wat krijgen we nou?! Ik wilde gewoon de zorg in. Mijn vader zei: 'Nou, dan ga je dat gewoon doen.''

Ze vindt het het mooiste beroep dat er is, nog steeds. 'Op de intensive care sta je echt met man en macht te werken om mensen te redden die op het randje van de dood stonden. Als dat dan lukt, is dat gewoon geweldig.' 'Een soort engel bent u eigenlijk,' zeg ik. 'Schei eens uit', zegt zij.

Ze is naar deze bijenkomst gekomen omdat ze een 'verschraling' ziet in de verzorging. 'Een overdaad aan regeltjes en bureaucratie, en een afbreuk van verworvenheden. Dingen die we ooit hebben opgebouwd, worden nu wegbezuinigd terwijl dat niet nodig is. Bejaardentehuizen bestaan niet meer, waardoor mensen de hele dag alleen zitten. Geld is niet het probleem, Nederland is rijk, maar in het systeem is iets ontzettend scheefgegroeid. Het werk wordt steeds meer zoals fabriekswerk. We raken compleet overbelast.'

Ella's verhaal is geen uitzondering, blijkt tijdens de bijeenkomst: er zijn leraren, welzijnswerkers, een voetverzorgster en een brandweerman. Iedereen loopt tegen dezelfde problemen aan. Misschien komt het hierop neer: er is steeds minder tijd voor menselijkheid. En het blijkt heel opluchtend om daarover te praten. Met elkaar. We zijn moe, de mensen. Maar vanavond is er tijd.

Ik voel en zie in de zaal hoe helend dat is. 'Dit is natuurlijk een klaagavond,' zegt een man in een Hawaii-shirt tegen het eind van de bijeenkomst. 'Maar het gekke is: er wordt de hele avond gelachen.' Ergens tijdens de bijenkomst ontstond er een 'wij'. Zonder dat daarvoor een andere groep mensen tot De Ander werd gebombardeerd.

Na afloop lijkt iedereen opgeladen, ik ook. Even voel ik, wat tussen de deadlines en de rekeningen en de schreeuwende krantenkoppen, soms zo moeilijk is om te onthouden: in de basis zijn we goed. Wat we allemaal het liefste willen is samen zijn. En er zijn mooie dingen mogelijk als we samenkomen. 'Inspirerend,' zegt Ella achteraf, 'we zijn niet alleen.'

Een column van schrijver Raoul de Jong, die aanwezig was bij een avond van de Kantinetour met Jesse Klaver.

Meer lezen?

Lees het stuk van James Worthy, Superhelden hier

Lees het stuk van Sander Heijne over Tekentafelpolitiek hier

Lees het stuk van Lieke Marsman over Georganiseerd Wantrouwen hier

Lees het stuk van Henk van Straten, Ontneem ons het vertrouwen niet hier