1

Geschiedenis

Ik ben in 1986 geboren. Ik was drie jaar oud toen de Berlijnse Muur viel. Ik was vijf toen Duitsland herenigd werd. Zes toen het verdrag van Maastricht tot stand kwam.

Ik ben van de generatie die de geschiedenis niet heeft meegemaakt. Ik ben van de generatie voor wie - volgens sommigen - de Tweede Wereldoorlog niet meer relevant is. Don’t mention the war, zei John Cleese in zijn hilarische Fawlty Towers.

Je mag het niet over de oorlog hebben, als je over Europa spreekt. Je mag heel veel niet, als het over Europa gaat. Je mag ook niet spreken over de Verenigde Staten van Europa. Je mag niet zeggen dat je van Europa houdt. Je mag niet zeggen dat Europa onze toekomst is.

Zeggen dat Europa belangrijk is, omdat we er geld aan verdienen, dat mag wel. Europa reduceren tot boekhouden. Europa klein houden en bekritiseren, geen probleem. Je mag zeggen dat Europa ver weg is, dat Europa bemoeizuchtig is. En dat Europa best belangrijk is, dat mag nog net.

Ik was negen toen 7000 moslimjongens en mannen in Srebrenica werden afgeslacht. De val van de Berlijnse muur, de val van Srebrenica, de invoering van de Euro en de uitbreiding naar het oosten, het heeft alles te maken met geschiedenis, met de gruwelijke erfenis van de 20e eeuw.

Anti-brexit demonstratie. Foto: <a href="https://www.flickr.com/photos/58087468@N06/28002506861/in/photolist-JEuaGr-HQaRiZ-UtWZof-T4pZPY-TjcasW-TnMRSM-JsqpvQ-SMQFid-S1Lwhj-S6kB8m-JSrw1Y-T8ZeGs-JBghhq-XjMPb8-BLqwHj-TgHuFT-XjMN4Z-Ym6UCZ-Tjc7N7-TjcB9q-SMQGDu-T6Qi7H-Tjc1E5-TeDpZQ-S4p7yR-VGXMNL-JDDt8g-Mi1joC-HQa2PF-HQbj8R-T6jV54-SHjEDb-JCgqEv-T4qxYY-JzL9SU-Jug4pC-JK6Q1F-JG5bfm-XYCWVU-Hue2ks-JBiniT-HudBhM-HPZJ3g-XXxAYL-JFeJsq-XjMKJi-XjMLJ4-JktXfA-JJ3Y2n-XjMNuP">mazz_5</a>
Anti-brexit demonstratie. Foto:mazz_5

Ik heb de geschiedenis niet meegemaakt, maar wel de geschiedenis van het afgelopen decennium. De bankencrisis, de financiële crisis, de Syrië-crisis, Brexit.

Al meer dan tien jaar zien we de tegenstellingen toenemen, tussen de noordelijke en zuidelijke landen, tussen de oostelijke en westelijke landen.

Al meer dan tien jaar zien we nationale politici afgeven op Europa, zien we dat Europa verdacht wordt gemaakt, de schuld krijgt van alles wat misgaat.

Al meer dan tien jaar gaat het niet over de waarden die we delen, maar de belangen die verschillen. Het kortzichtige electorale belang van populisten, tegenover het gezamenlijke belang van een gedeelde toekomst. Het nationale eigenbelang, tegenover het gemeenschappelijk belang van Europa.

En zo zijn de zondebokken weer terug: Europa zelf, de vluchtelingen, moslims en, hoe tragisch, ook de joden weer.

En zo dwalen extreem nationalisme en racisme weer als spoken uit het verleden door Europa, en niet alleen in Polen of Hongarije.

Het is alsof de politiek leiders die de geschiedenis wel hebben meegemaakt, die zijn vergeten.

2

Het bijzondere van de Unie

“Europa kan en moet geen economische en technische onderneming blijven: het heeft een ziel nodig, een besef van zijn historische affiniteiten en van zijn huidige en toekomstige verantwoordelijkheden, een politieke wil ten dienste van een menselijk ideaal”.

Dat zei Robert Schuman in de jaren vijftig, toen hij samen met Jean Monnet aan de wieg stond van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

Rbert Schuman
Rbert Schuman

De vraag die we ons moeten stellen is de volgende: zijn we ons nog bewust van de geschiedenis? Of zijn we geleidelijk onze ziel aan het verkopen?

De geschiedenis van de natiestaat leert dat nationale identiteiten verbeeld kunnen worden. De grenzen van de natiestaat zijn door politieke strijd en geschiedenis bepaald, niet door een inherent gevoelde gemeenschap.

Limburgers en Brabanders hebben zich niet van oudsher Nederlander gevoeld; dat kwam pas later. Sommige Catalanen voelen zich nog steeds geen Spanjaard. Zoals sommige Schotten twijfelen of ze wel bij het Verenigd Koninkrijk willen horen. En Vlamingen en Walen, zijn zij samen België?

Dit zou één conclusie kunnen zijn: politieke identiteiten kunnen geleidelijk ontstaan, maar zijn ook altijd betwistbaar. Kan Nederland zich ooit tot Europa verhouden als Limburg tot Nederland?

Als je geblinddoekt op het centrale plein wordt afgezet in een grote Europese stad, weet je dan waar je bent? Je weet direct dat je niet in een Amerikaanse stad staat. Geen New York, geen Miami, geen Los Angeles. Je staat ook niet in een Australische of Aziatische stad. Je weet direct dat je in Europa bent, in Praag, Madrid of Amsterdam.

Praag
Praag uiteraard. Foto: Mendhak (Flickr)

Dan kijk je naar de straatnaambordjes. Geen Sunset Boulevard of de 42nd street. Ondanks de taalverschillen herken je de namen. De straten en pleinen van Europa zijn genoemd naar Europese denkers, wetenschappers en politici van onze gedeelde geschiedenis.

Het Erasmusplein en de Spinozastraat, Piazza Dante en Plaza Cervantes, Churchill Street en Place Charles de Gaulle. De Europese straten en pleinen zijn deel van de Europese identiteit, ze laten onze gedeelde geschiedenis zien. Dat is een geschiedenis van cultuur, vernieuwing en creativiteit.

De schilders, de architecten, de filosofen, de schrijvers staan aan de basis van een gedeelde Europese ziel. En ja, ook de begraafplaatsen en de herdenkings-monumenten laten overal in Europa de geschiedenis zien, de tragische en verschrikkelijke kanten ervan.

Noch de Eerste, noch de Tweede Wereldoorlog is verdwenen.

Dat zou een tweede conclusie kunnen zijn: onze gedeelde geschiedenis is een Europese geschiedenis. Een boek vol schoonheid, maar met gitzwarte hoofdstukken.

Maar is dan de hoofdconclusie dat we stap voor stap een Europese natie aan het maken zijn en we nog even geduld moeten hebben voor wij ons Europese burgers voelen?

Als je het mij vraagt, denk ik dat dit niet hoeft, en om eerlijk te zijn, ook niet zal gebeuren. Wie de Europese Unie definieert als de ontwikkeling van een nieuwe, grote natiestaat, miskent de bijzondere geschiedenis van de afgelopen 60 jaar.

Kijk naar onze bordeauxrode paspoorten. Op de kaft staan twee regels. De Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden. Als Europese burgers lopen we langs het douaneloket op onze nationale luchthaven Schiphol. Of kijk naar onze euromunten. Op de ene kant Europa, op de ander kant onze Koning. De natiestaat en de Unie: letterlijk als twee zijden van dezelfde munt.

Kijk naar de vlaggen op overheidsgebouwen, parlementen en gemeentehuizen. De nationale naast de Europese vlag. Dat is geen toeval. Dat is geen voorbeeld van niet kunnen kiezen. Dat is geen zoeken naar een compromis tussen de natiestaat en de Unie. Dat is het bijzondere van wat we de afgelopen 60 jaar gebouwd hebben. Een Unie van natiestaten en een Unie van burgers.

Je bent zowel een trotse Nederlander als een herkenbare Europeaan. En beide ben je ook in politieke zin. Een Nederlandse burger met politieke rechten en een Europese burger met Europese rechten.

Europa heeft een ziel. Het heeft er zelfs twee. Twee zielen in één lichaam, dat is wat de Europese Unie zo bijzonder maakt.

3

Liefdesverklaring

Dat is waarom ik enkele jaren geleden een liefdesverklaring aan Europa publiceerde. Tegen het chagrijn over Europa, tegen gemakkelijk populisme, tegen opkomend nationalisme, mogen we de waarde van het Europese project niet verloren laten gaan.

Mijn liefde voor Europa is gebaseerd op de tragische geschiedenis van ons continent, op de lessen die daaruit getrokken zijn, op de progressieve waarden die de Unie vertegenwoordigt en heeft uitgevonden, op mensenrechten, de verzorgingsstaat, de vrijheden van de verlichting.

Maar mijn passie voor Europa is ook gebaseerd op de toekomst. Ik ben er van overtuigd dat de toekomst van Nederland het best gewaarborgd is als we samenwerken in een Unie met andere landen. Europa moet een hoofdrol spelen op het wereldtoneel.

Waar Poetin ons politiek uit elkaar wil spelen en zich net als NAVO-bondgenoot Turkije in Syrië roert uit eigenbelang, zonder al te veel vragen te stellen over mensenrechten en oorlogsmisdaden. Waar China met heel veel geld strategisch investeert in Europa, zoals in de haven van Pireaus - want wij investeren niet in Griekenland - om zo Rotterdam en Antwerpen te vermijden en een nieuwe zijderoute openlegt. We mogen niet naïef zijn als China onze bedrijven en industrie overneemt, zonder zelf de eigen economie toegankelijk te maken.

Waar Donald Trump de wereldpolitiek instabieler maakt en zich niets aantrekt van klimaatverandering. De vraag is niet of, maar hoe en hoe snel we klimaatverandering gaan stoppen. En hoe Europa het voortouw neemt.

In Europa is de verzorgingsstaat uitgevonden.

Waar burgers in Europa zich zorgen maken over hun sociaaleconomische toekomst, omdat Europa teveel een project van markt en munt is geworden en mensen niet meer beschermt tegen de uitwassen van globalisering. In Europa is de verzorgingsstaat uitgevonden. Hoe we die vormgeven, dat mag niet bepaald worden door de Brusselse regels van de vrije markt. Het vertrouwen van mensen in Europa kan alleen gebaseerd zijn op gedeelde welvaart en sociale zekerheid. Dan moeten we de doorgeslagen flexibilisering van de arbeidsmarkt aanpakken, grote bedrijven - zeker ook de techgiganten als Google, Facebook en Amazon - meer belasting laten betalen, en zorgen voor meer en nieuwe werkgelegenheid.

Ik wil een sterk Europa dat bijdraagt aan gedeelde welvaart en sociaaleconomische zekerheid. Een Europa dat koploper is bij de aanpak van klimaatverandering. Een Europa dat een voorbeeld is voor de wereld, een voorbeeld van vrede, veiligheid en voorspoed.

4

De Griekse tragedie

Maar wat is het moeilijk om verliefd te zijn op het huidige Europa. Mijn twijfel – mijn liefdesverdriet – is ontstaan door het hardhandige, ondemocratische, zelfzuchtige optreden van Europa in de Griekse crisis.

De Grieken zijn financieel kopje onder geduwd, omdat de noordelijke landen zich zorgen maakten over hun eigen banken.

De Grieken zijn aan de schandpaal genageld als voorbeeld voor andere zuidelijke landen: als je niet doet wat wij zeggen, dan duwen we jullie over het randje.

De Grieken zijn door het slijk gehaald, omdat noordelijke politieke leiders, met vrees voor de populisten, niet durfden te vertellen dat de crisis niet alleen aan de Grieken zelf lag, maar ook aan ons, aan het rijke noorden, aan Nederland en Duitsland…

…aan onze banken die op zoek naar snel rendement jarenlang te gemakkelijk kapitaal uitleenden aan het zuiden…

…aan onze preoccupatie met schuld en boete, waardoor schulden niet worden kwijtgescholden en strikte begrotingsregels economisch dom, sociaal onrechtvaardig en politiek onhoudbaar zijn…

…aan onze gematigde loonpolitiek die ervoor zorgt dat Nederlandse en Duitse werknemers te weinig loon krijgen en zuidelijke landen hun concurrentiepositie ondergraven zien worden.

En zo worden Noord- en Zuid-Europese werknemers tegen elkaar uitgespeeld in het belang van de winsten van de exportindustrie. De bankencrisis, de financieel-economische crisis, de Griekse crisis heeft een Europese Unie zichtbaar gemaakt waar ik van gruw.

Wat is het moeilijk om verliefd te blijven op dit Europa. Op dit Europa van banken, multinationals en exportindustrie. Op dit Europa van nationale belangen, zonder zeggenschap voor mensen. Ik citeerde eerder Schuman. Jean Monnet, die andere grondlegger van de Europese Unie, heeft dit gezegd:

‘Nationale belangen zijn de belangen van nationale politici en zakenlieden die de belangen van burgers als afschrijfpost beschouwen.’
Jean Monnet

Is dat niet precies wat er de afgelopen jaren is gebeurd? De banken zijn gered, maar 15 tot 20 procent van de Europese jongeren onder de 25 jaar is werkloos. De euro is gered, maar het inkomen van de gemiddelde Europeaan is gedaald. Grote bedrijven maken winsten, betalen weinig of geen belasting, terwijl de lasten voor de Europese burger zijn gestegen.

Is dat niet de harde waarheid, de geschiedenis van het afgelopen decennium? De harde waarheid dat de economische crisis de tegenstellingen heeft aangejaagd, en het populisme de wind in de zeilen heeft geblazen. De harde waarheid dat de euro de Europeanen en de lidstaten heeft verdeeld. De harde waarheid dat het vertrouwen van mensen is afgenomen omdat Brussel hen niet beschermt tegen de gevolgen van globalisering, maar vooral de belangen van grote bedrijven voor ogen heeft.

De harde waarheid is dat we niet goed meer weten waar Europa voor staat, dat we niet meer weten wat we delen… en waar we als lidstaten zelf over gaan.

Het is die vraag waar we antwoord op moeten geven, maar waar we te weinig over praten. Het is die vraag waar de Britten in hun referendum een antwoord op hebben geëist... en van een tragisch antwoord hebben voorzien.

4

Een nieuw Europa

Het drama is volgens de Belg Jan Leyers, filosoof en televisiemaker, dat we Europa hebben laten kapen door boekhouders, door de jongens en meisjes van de cijfers.

Hij vergelijkt dat met de American Dream. Als Amerika een stel was en de vraag krijgt hoe is jullie liefde ontstaan, zou het antwoord vol passie en emotie zijn: we waren verliefd en zijn van huis weggelopen om onze droom na te jagen.

Zou Europa die vraag krijgen, dan krijg je een koel en zakelijk antwoord: echt verliefd waren we niet, maar we gingen samenwonen om de kosten van huur en elektriciteit te delen.

Hoe jammer is dat, want juist in het Europa van de 19e eeuw is de romantische liefde ontstaan. Madame Bovary. Anna Karenina. Misschien is dit de harde waarheid van de afgelopen jaren. Ooit gebouwd op de waarden van vrede en gedeelde welvaart, is Europa gereduceerd tot geld, financiële belangen en bureaucratische regels, gereduceerd tot Europees economisme, waardoor we de ziel van Europa dreigen te verliezen, waardoor we zijn vergeten hoe bijzonder Europa is.

Daarom heeft Europa een nieuwe start nodig. Een nieuw verhaal. Een nieuwe droom. Dat debat woedt in heel Europa. Overal ontstaan nieuwe bewegingen, staan nieuwe leiders op met verhalen over de toekomst van Europa.

En waar staat Nederland? Nederland staat op de rem. Zegt nee, stribbelt tegen, heeft verdriet om het vertrek van de Britten, want daarmee konden we samen zo fijn op de rem staan en alleen het Europa van markt en geld verdienen verdedigen.

Dat is niet wat ik wil. Nederland heeft een traditie in internationale samenwerking. We waren een gidsland in de ontstaansgeschiedenis van de Unie. We waren een gidsland als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. We waren een gidsland als het gaat om diplomatie en het verdedigen van mensenrechten.

We moeten nu ook gidsland zijn bij het bouwen van een hernieuwde Europese droom.

5

De uitdagingen

De grote uitdagingen van deze tijd zijn migratie, veiligheid, klimaatverandering en de regulering van globalisering.

Een vernieuwd Europa moet leiderschap tonen om als voorbeeld voor de wereld deze uitdagingen aan te gaan. Als we de binnengrenzen open willen houden, dan moeten we de Europese buitengrenzen gezamenlijk bewaken en een gemeenschappelijk asielbeleid ontwikkelen.

Arbeidsmigranten zonder uitnodiging moeten terug, maar Europa mag géén Fort Europa zijn waar oorlogsvluchtelingen en politieke vluchtelingen geen onderdak meer kunnen vinden. Een Europees migratiebeleid moet gebaseerd zijn op menswaardigheid en gedeelde solidariteit.

Als we dat niet kunnen, dan doen we de waarden waarop Europa gebouwd is gruwelijk onrecht aan. Dan is Europa, Europa niet meer. Het gaat daarom tegen alle Europese waarden in dat vluchtelingen worden teruggestuurd naar Libië waar ze gevaar lopen van misbruik, geweld en slavernij.

Vluchtelingen in Libië
Vluchtelingen in Libië. Foto: Magharebia

Een van de drijvende krachten van conflicten en migratie is klimaatverandering. Een ambitieus klimaatbeleid en een gezamenlijke energiepolitiek zijn cruciaal voor de veiligheid van morgen en een gezonde welvaart in de toekomst.

Europa moet niet langer miljarden subsidies weggeven aan de fossiele industrie, maar een eerlijke CO2-belasting invoeren. Europa moet ambitieus investeren in schone energie en energienetwerken, duurzaam vervoer, hoge snelheidstreinen, technologie en innovatie.

Dat is de basis voor nieuwe welvaart, voor banen en inkomen. Maar ook de basis voor vrede en veiligheid. Wat de gemeenschap van Kolen en Staal was in de jaren vijftig - nooit meer oorlog en een einde aan het gevaar van een nationale oorlogsindustrie - moet de Unie van Klimaat en Energie in het heden zijn.

Maar de toekomst van de Unie moet ook sociaal zijn. De strijd voor een groene unie is een strijd die we gezamenlijk voeren, maar die kunnen we alleen gezamenlijk voeren als we ons verbonden weten in een sociale unie. Daarover gaat het debat over de euro. Een technisch debat over de Bankenunie, over een Europees Monetair Fonds en Eurobonds.

Maar het achterliggende debat gaat over wat we samen delen, gaat om een monetaire unie die alleen kan bestaan als dat een sociale unie is, gaat om de achterliggende principes. En die zijn voor ons helder.

De euro moet gebaseerd zijn op solidariteit en het delen van financiële risico’s. De euro moet bijdragen aan gedeelde welvaart en mensen in hun inkomen en banen beschermen tegen doorgeschoten globalisering… en beschermen tegen de onredelijke, onvoorspelbare en ondemocratische macht van financiële markten.

En de euro moet gebaseerd zijn op een ambitieuze fiscale agenda, op eerlijke belastingen, op bedrijven die meer bijdragen aan de solidariteit van Europa. Als grote bedrijven steeds minder belasting betalen in Europa, terwijl de lasten voor mensen toenemen, dan is dat sociaal onwenselijk, want niet eerlijk.

Dan is dat economisch onverstandig, want gaat ten koste van inkomen en werkgelegenheid. Dan is dat politiek onhoudbaar, want tast het vertrouwen van mensen aan. Nee, zeggen veel politieke partijen in Nederland, want daar gaat Europa niet over. Ja, zeg ik.

Snap nou dat een eerlijk Europa er gezamenlijk voor moet zorgen dat grote bedrijven hun eerlijke aandeel betalen: belastingontwijking aanpakken, minimumtarieven voor de winstbelasting en een belasting invoeren voor techgiganten die nauwelijks belasting betalen. En: schrap het verlagen van de winstbelasting voor grote bedrijven, schrap het afschaffen van de dividendbelasting, denk Europees, zorg voor solidariteit en stop de fiscale race naar de bodem.

6

De kracht van Europa

De kracht van Europa is precies dit: weten waar we samen optrekken, omdat we samen vooruit willen. Weten dat we alleen samen kunnen optrekken als we ons niet laten leiden door bedrijfsbelangen en economische groeicijfers, maar door de aanpak van ongelijkheid en de aanpak van klimaatverandering.

De kracht van Europa is precies dit: weten waar we samen optrekken, omdat we samen vooruit willen. Weten dat we alleen samen kunnen optrekken als we ons niet laten leiden door bedrijfsbelangen en economische groeicijfers, maar door de aanpak van ongelijkheid en de aanpak van klimaatverandering.

Weten dat we alleen dan, als we precies weten wat we delen, niet alleen een unie van landen zijn, maar ook een unie van burgers, die delen in de welvaart en optimistisch zijn over de toekomst. Dan weten we dat we samen sterk staan in een onzekere wereld.

Maar de kracht van Europa moet ook zijn dat we goed weten waar de grenzen liggen, waar Brussel wel over gaat en waar niet. Juist omdat landen verschillend zijn, verschillende voorkeuren hebben, op hun eigen manier het publieke belang van het eigen land vormgeven, het onderwijs, de gezondheidszorg, het sociale stelsel of de woningbouw zelf inrichten, mag Brussel zich daar niet mee bemoeien.

En toch doet Brussel dat. En precies daar zien we de zwakte van Europa, zien we de ideologie van marktwerking en concurrentie, zien we dat economische belangen boven sociale belangen gaan, zien we het Europa van multinationals, niet het Europa van mensen, zien we dat Brussel in de greep is van marktdenkers en boekhouders.

Als wij in Nederland het eigen risico in de zorg willen afschaffen, krijgen verzekeraars minder geld van de burgers. Om dat te compenseren willen wij een rijksbijdrage aan verzekeraars geven die zo het ziekenhuis kunnen betalen. Dat mag niet van Brussel, want dat is staatssteun en gaat in tegen de regels van de markt. Als wij in Nederland de aanbestedingen in de lokale zorg willen aanpakken, kunnen we de kwaliteit van de zorg verbeteren en het personeel betere arbeidsvoorwaarden bieden.

Dan fronst Brussel de wenkbrauwen, want de aanbestedingsregels zeggen dat alle private bedrijven een kans moeten maken bij aanbestedingen.

Als wij de grote krapte op de woningmarkt voor mensen met een middeninkomen willen aanpakken door woningbouwcorporaties ook voor hen woningen te laten bouwen, dan zegt Brussel, pas op, want de midden-huur moet een markt zijn voor private partijen.

Juist in de publieke sector kiest Nederland niet voor de markt en zelfs niet voor de overheid, maar voor iets er tussenin. Onze zorgverzekering is publiek, maar wordt uitgevoerd door private verzekeraars volgens onze regels. Onze huisvesting wordt georganiseerd via corporaties. Dat zijn geen bedrijven, noch overheidsinstellingen. Onze pensioenfondsen zijn van de sociale partners. Het zijn geen marktpartijen, noch overheidsbedrijven, maar deel van het beste stelsel ter wereld.

Brussel kan zo niet denken, kan alleen denken in termen van staat en markt, maakt alleen regels voor de vrije markt. En dan gaat het fout. En dus moet Brussel zich niet bemoeien met onze zorg, onze woningmarkt of onze pensioenen.

Hoe we onze publieke sector inrichten, daar gaan de lidstaten zelf over, daar gaan wij zelf over. Dat betekent wel dat we zelf bedenken wat ons publieke belang is, want tegenover de marktideologen in Brussel staan ook de Nederlandse regeringen die ver voorop liepen bij privatiseringen van publieke diensten.

Nederland is te vaak het braafste markt-liberale jongetje van de klas geweest. Nergens in Europa is het openbaar vervoer of de energievoorziening zo snel en zo vergaand geliberaliseerd en geprivatiseerd als in Nederland. Ook dat is fout geweest. Ook dat moet een les zijn.

7

Een nieuwe geschiedenis

Precies daarom is de vraag of we meer of minder Europa willen, de foute vraag. De echte vraag is: wat voor een Europa willen we?

Politiek leiders moeten op die vraag proberen een antwoord te formuleren. Dat is niet gemakkelijk, maar wel onze opdracht, Dat is wat ik in dit essay heb proberen te doen, zonder te pretenderen dat dit hét alles omvattende antwoord is.

Het Europa van de 21e eeuw heeft een nieuwe bezieling nodig om het vertrouwen van mensen in de Unie te herstellen. Dat kan alleen in het besef van de bijzondere geschiedenis van Europa. Met een duidelijke analyse van het heden en een visie voor de toekomst. Alleen zo kunnen we een Unie bouwen die sterk is, maar weet waar haar grenzen liggen. Een Unie met twee zielen: een Europese en nationale.

Ik richt me tot mijn generatie. Wij hebben de geschiedenis misschien niet meegemaakt, maar het is aan ons om de geschiedenis van de toekomst maken.

Volgend jaar, 2019 wordt een spannend jaar. Ik was de afgelopen weken in Brussel, in Berlijn en in Athene. En ik kan jullie dit zeggen: gevestigde partijen moeten vrezen voor hun macht in het Europees parlement. Gevestigde belangen moeten vrezen dat Europa gaat veranderen. Dat niet de macht van het geld gaat tellen, maar de passie voor verandering.

Het zijn niet alleen de rechtse populisten die de oude orde uitdagen. Dat is een misvatting, een miskenning van wat er aan de hand is in Europa. Syriza in Griekenland. Podemos in Spanje. En Marche in Frankrijk. Overal in Europa staan nieuwe leiders op, ontstaan nieuwe partijen, nieuwe bewegingen. We zien hen nog niet allemaal op het Europese toneel, maar zij komen eraan. Zij maken zich klaar voor de Europese verkiezingen. Zij willen Europa veranderen.

Als we alle groene en sociale krachten verenigen, kunnen we dat. Dan kunnen we een nieuwe geschiedenis schrijven, een sociale geschiedenis, een groene geschiedenis, de geschiedenis van de toekomst. Dat is onze opdracht.

https://www.flickr.com/photos/111743663@N05/15937105564/in/photolist-RP5oj9-rejCNa-qhiQf9-RRH7WD-RRH8yF-UPMrXN-q8nqDM
Podemos-demonstratie

Onze opdracht is om die bewegingen te verbinden. Dat is wat wij samen gaan doen. We bouwen een progressieve alliantie. Van partijen, bewegingen en burgers. Een lange mars naar een nieuw Europa. Die begint vandaag…en eindigt in een nieuw Europees parlement.

“O vrienden, niet dit geluid, laten we iets aangenamer en vreugdevoller horen.” Zo begint Ode aan de Vreugde, het volkslied van de Europese Unie. Zo begint het lied met een dramatische oproep tot optimisme en vrolijkheid, waarna een ode gezongen wordt aan de vreugde en het verlangen naar broederschap.

Het Wilhelmus geeft mij kippenvel, als Sven Kramer, Tom Dumoulin of onze voetbalvrouwen met goud omhangen worden, maar Ode aan de Vreugde doet dat niet minder. Twee liederen, één concert. Dat is het bijzondere van Europa. Dat is mijn liefde voor Europa. Alle Menschen werden Brüder…