Een column door schrijver en columnist Lieke Marsman, die een avond bijwoonde van de Kantinetour met Jesse Klaver.

De leraren zijn goed vertegenwoordigd op deze Kantinetour-avond te Breda. Als Jesse aan het begin van het kringgesprek vraagt wie er allemaal in het onderwijs werkt, steekt bijna het hele zaaltje de hand op. Maar al gauw blijkt dat veel van hen eigenlijk óók in de zorg werken.

Ze geven namelijk les aan gehandicapte kinderen, aan kinderen die de taal niet spreken, aan kinderen met gedragsproblemen. En die mix van zorg en onderwijs kan voor nogal wat voor problemen zorgen. Zo moet de zorg voor gehandicapte kinderen door scholen apart ingekocht worden vanuit het persoonsgebonden budget, het PGB. Maar dat geld kunnen ouders natuurlijk maar één keer uitgeven. Met als resultaat dat scholen vaak in de clinch liggen met ouders over de besteding ervan.

Een muziekdocente haakt in op dit verhaal. Zij maakt dit soort dingen ook vaak mee. Dan stopt ze even met praten en haalt diep adem. Ze is niet alleen docent. Ze is ook moeder van een meervoudig gehandicapte zoon. Haar zoon, vertelt ze, is doof en blind, en kan niet praten.

Gelukkig heeft hij op school een communicatiepaspoort: een heel handig A4tje waarop kort staat hoe emoties er voor hem uitzien: welke gebaren en houdingen duiden op blijdschap, welke op verdriet, welke op boosheid. Voor een kind dat niet kan praten, is het cruciaal in de communicatie met zijn hulpverleners. Ze zucht. Het paspoortje zou in de wooninstelling van haar zoon ook goed van pas komen, zeker aangezien er het afgelopen jaar wel 150 invallers zijn geweest. Waarom wil de instelling het dan niet ophangen? De vrouw links van haar voelt de bui al hangen en schuift met haar stoel. Het zou er toch niet mee te maken hebben dat ze bang zijn voor de privacywetgeving…

Maar dat heeft het wel. Het emotionele verhaal vormt het startschort voor talloze andere voorbeelden van doorgeslagen regeldruk. Eén basisschoollerares vertelt dat ze de CITO-scores van haar leerlingen moet invullen in een kerndocument, een groepsplan, een persoonlijk ontwikkelingsplan, een leerlingvolgsysteem, het rapport…

Als leerlingen zich niet genoeg ontwikkelen, dan is er een commissie van begeleiding die vraagt om een analyse. Die analyse bespreekt men, het resultaat daarvan neemt men op in een verslag, dat wordt opgenomen in een systeem, dat wordt gecommuniceerd aan de inspectie, die vastlegt dat… Het houdt niet op. Dat het in de les ondertussen chaos is, blijft dan weer ongedocumenteerd.

Het zijn allemaal voorbeelden van wat één man treffend ‘georganiseerd wantrouwen’ weet te noemen. Toetsresultaten worden niet gebruikt om het niveau van leerlingen te bepalen, maar om te meten of een docent het wel goed genoeg doet. Niemand wil bovendien verantwoordelijk zijn voor wat er gebeurt, met als gevolg dat er vaak dan maar helemaal niets meer gebeurt. De mensen in het zaaltje zijn het meer dan zat.

Ze willen weer gewoon het werk gaan verrichten dat nodig is, niet op allerlei formulieren invullen wat dat werk eventueel zou kunnen zijn. Het voorstel van één vrouw om vaker burgerlijk ongehoorzaam te zijn wordt dan ook met veel enthousiasme ontvangen.

Het lijkt mij een heel goed idee.

Meer lezen?

Lees het stuk van Henk van Straten, Ontneem ons het vertrouwen niet hier

Lees het stuk van Sander Heijne over Tekentafelpolitiek hier

Lees het stuk van James Worthy over Superhelden hier

Lees het stuk van Raoul de Jong, We zijn niet alleen hier