Vijf redenen tegen CETA

Het CETA-handelsverdrag tussen de EU en Canada gaat tegen veel in waar GroenLinks voor staat: de belangen van mensen boven die van multinationals stellen, zorg voor dieren en de natuur en een beter milieu.

Het goede nieuws: Nederland heeft de unieke kans om CETA tegen te houden. Daar is nu een meerderheid voor in de Eerste Kamer!

Vijf redenen waarom wij tegen dit handsverdrag zijn:

  1. CETA leidt tot afschrikwekkende claims en vleugellam milieubeleid
  2. CETA doet te weinig voor dierenwelzijn en milieu
  3. CETA benadeelt Europese boeren
  4. CETA leidt tot nog meer CO2-uitstoot
  5. CETA geeft grote bedrijven nóg meer macht

1. CETA leidt tot afschrikwekkende claims van buitenlandse investeerders (ICS)

CETA bevat de mogelijkheid voor buitenlandse investeerders om schadeclaims in te dienen als ze vinden dat nieuwe milieuregels of besluiten hen benadelen. Deze claims worden niet behandeld in een reguliere rechtbank, maar in een aparte rechtbank die de EU gaat oprichten, waar gewone burgers of belangenorganisaties geen toegang tot hebben. Dit heet het ‘Investment Court System’ (ICS).

Dat is vreemd, want we hebben goed functionerende rechtssystemen als die van Canada en de EU. Waarom krijgen buitenlandse investeerders deze extra bescherming en privileges die anderen niet hebben? Minister Kaag gaf zelfs toe dat deze aparte rechtbank niet nodig is, en dat dit geen onderdeel van CETA zou zijn als de onderhandelingen nu zouden beginnen.

Het Investment Court System is door de EU is verzonnen in reactie op felle kritiek op de voorganger ervan: ‘Investor-State Dispute Settlement’ (ISDS). Voor het ICS wordt, in tegenstelling tot ISDS, een vast gerechtshof op transparantere wijze aangesteld. Maar dan blijft staan dat dit rechtsmiddel een privilege is voor investeerders, en de rechtspraak achter gesloten deuren plaatsvindt.

Hierdoor bestaat ook de vrees voor een zogenaamde ‘regulatory chill’. Dat houdt in dat staten in het maken van nieuw beleid misschien al rekeninghouden met mogelijke schadeclaims. CETA zet daarmee een rem op democratische besluiten, beleid en regels.

Een voorbeeld van ISDS:

Elektriciteitsproducent Vattenfall spande in 2009 een rechtszaak in tegen Duitsland. Aanleiding was de strenge watervergunning van de stad Hamburg, die volgens het Zweedse bedrijf de winstgevendheid van de in aanbouw zijnde kolencentrale van Moorburg zou aantasten. Het kwam niet tot een uitspraak doordat de partijen in augustus 2010 een schikking troffen: de kolencentrale mocht gewoon gebouwd worden, zonder te voldoen aan de milieuregels. Het bedrag van de schikking werd niet bekendgemaakt, maar zou ook ‘geheel bevredigend’ zijn geweest voor Vattenfall.

ICS kan, net als ISDS, problemen opleveren wanneer Nederland haar energiebeleid wil aanpassen. Het Canadese gasbedrijf Vermilion is bijvoorbeeld actief in de gemeente Westerveld. ExxonMobil verricht, onder de vlag van NAM, werkzaamheden in onder meer gemeenten als Assen, Emmen en Tynaarlo. Het Amerikaanse bedrijf kan via een dochteronderneming in Canada gebruik maken van CETA, en mogelijk een schadeclaim indienen als Nederland besluit vergunningen voor gasboringen in te trekken.

Het bedrijfsleven dat de overheid aanklaagt omdat die laatste teveel voor het milieu doet? Wij vinden dat de wereld op z’n kop.

2. CETA doet niet genoeg voor dierenwelzijn en milieu

De regelgeving op gebied van milieu en dierenwelzijn loopt in Canada flink achter op de onze. CETA houdt daar geen rekening mee. Het verdrag stelt namelijk alleen eisen aan eindproducten en bevat geen afspraken over productieprocessen. Dat betekent dat het niets vastlegt over de manier waarop dieren tijdens hun leven behandeld moeten worden. Zeugen mogen in Canada bijvoorbeeld levenslang vastgeklemd staan in een stalen kooi, terwijl vrije uitloop voor zeugen in de EU verplicht is. Canada kent nauwelijks bescherming van proefdieren en knaagdieren hebben er zelfs geen enkele bescherming. CETA verliest dit allemaal uit het oog en zegt alleen: als de uiteindelijke biefstuk maar voldoet aan de EU-gezondheidseisen, dan maakt het niet uit hoe die biefstuk tot stand is gekomen.

De hoofdstukken in CETA die wel gaan over het bevorderen van duurzaamheid en dierenrechten, bestaan slechts uit vrijblijvende aanmoedigingen die bedrijven gemakkelijk naast zich neer kunnen leggen.

3. CETA benadeelt Europese boeren

Bovenstaande heeft ook gevolg voor de concurrentiepositie van Europese boeren. Omdat Canada lagere eisen stelt aan zijn vlees en zuivelproducten, kunnen Canadese boeren hun prijs makkelijker laag houden. Terwijl Europese boeren juist fors hebben moeten investeren in dierenwelzijn en milieumaatregelen.

Het blijft weliswaar verboden om vlees naar de EU te importeren waarvoor groeihormonen zijn gebruikt, maar dat is makkelijk te omzeilen. Als boeren een maand voor de slacht stoppen met toediening van groeihormonen is het niet meer te traceren. Dit heeft uiteraard ook gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse boeren, omdat Canadese boeren die deze regels omzeilen meer vlees in minder tijd kunnen produceren.

4. CETA leidt tot meer CO2-uitstoot

CETA brengt het halen van de klimaatdoelen van het Parijsakkoord verder in gevaar. Dat blijkt uit een studie die de Europese Unie zelf heeft laten uitvoeren. Toename van transport en intensivering van de landbouw zorgen voor meer CO2-uitstoot. Daarnaast zorgt CETA vooral voor meer handel in vervuilende producten. Zo wordt het bijvoorbeeld goedkoper om bepaalde fossiele brandstoffen te verhandelen. Sinds de voorlopige inwerkingtreding (2017) van CETA is import van ruwe aardolie uit Canada naar Nederland met €115 miljoen gestegen, en de export van aardolieproducten van Nederland naar Canada met €250 miljoen.

GroenLinks wil handelsakkoorden die zich richten op producten die zijn gemaakt met respect voor milieu, mens en dier. Wij zijn niet tegen groei van handel en economie, maar die groei mag het tegengaan van klimaatverandering niet in de weg staan.

5. CETA geeft grote bedrijven nóg meer macht

CETA bevat beslissingen die gevolgen kunnen hebben voor onze hele economie. Er staan passages in over standaarden voor voedselveiligheid, transport, intellectueel eigendom, databescherming en ga zo maar door. Op al deze terreinen komen er verplichtingen voor overheden. Handelsbelangen staan daarbij steeds op de eerste plaats. Dit betekent ook dat het belang van consumenten, milieu en werknemers op de tweede plaats komt. Dat willen wij niet.

De passages die het akkoord bevat om publieke diensten tegen liberalisering te beschermen, zijn bovendien niet waterdicht. CETA dwingt niet zozeer tot verdere liberalisering van publieke diensten, maar maakt het wel moeilijker om liberalisering terug te draaien, omdat dat de afspraken over investeringsbescherming zou kunnen schenden. Wij maken ons hier ernstige zorgen over.

Concluderend: De zorgen over CETA zijn niet serieus genomen

De afgelopen jaren hebben instanties uit alle lagen van de samenleving en uit allerlei landen hun bezwaren tegen CETA geuit. Het enige wat daar mee gedaan is, is dat er nu een extra ‘interpretatieve verklaring’ aan het verdrag is toegevoegd. De tekst van het akkoord zelf is niet veranderd. Door een vrijblijvende verklaring toe te voegen aan een slecht verdrag worden de zorgen van miljoenen Europeanen niet serieus genomen.

Is GroenLinks tegen handelsakkoorden?

Nee, maar wij stellen er wel eisen aan. Zoals dat er in het akkoord word opgenomen dat voor beide partijen de handel leidt tot meer rechtvaardigheid en duurzaamheid. Het is belangrijk dat we handel bevorderen zonder dat het schade oplevert aan mens, dier en milieu. Zoals door producten die niet schadelijk voor het milieu goedkoper te maken.

Nederland heeft een sleutelpositie: als ons parlement tegenstemt, moet de Europese Unie terug naar de tekentafel. Zoals het er nu naar uitziet is een meerderheid tegen in de Eerste Kamer. Goed nieuws!